Terug tot Peter Hammill (deel 1-5):

Onderstaand verslagen zijn geschreven door- en afkomstig van de site van Jan-Joost de Man. Met zijn toestemming plaatsen wij deze stukken omdat wij ze zó  goed vinden dat we vinden dat zoveel mogelijk rockliefhebbers dit onder ogen moeten krijgen. Wij hebben geen letter veranderd aan het geschrevene: het komt één op één over van de website van Jan-Joost: Hier ga je naar zijn site
Er zullen in de toekomst wellicht nog wat stukken van zijn hand verschijnen op deze site maar uiteraard kun je zelf een kijkje nemen op de site van Jan-Joost. Wij wilen hem in ieder geval bedanken voor zijn fantastische bijdrage aan de rockmuziek-geschiedenis.

Smash the system with the song!

Verslag van een opnieuw beluisterde muziekcollectie 1969-2015 (1)

Als je dochter in wanhoop uitroept ‘pap! dit is de lelijkste muziek die ik ooit gehoord heb, zet af!’, dan heb je tóch iets goed gedaan. Ik liet deze recente respectloze uiting voor wat zij was en ben van de weeromstuit zo’n beetje álles wat ik in huis heb van Peter Hammill weer gaan draaien – in m’n eentje dan – en kwam tot de slotsom… wat een collectie heb ik in veertig jaar opgebouwd: baanbrekend, hartverscheurend, enerverend.

Het was inderdaad al even geleden dat ik iets van de Bard uit Bath had gedraaid. Zo gaat dat nu eenmaal: muzikale voorkeuren verschuiven en laten zich niet in een spoorboekje vangen. Literaire ook: je kunt niet jaar in jaar uit S. Vestdijk lezen, nietwaar. Maar áls je dan die eigenzinnige muziek van Hammill weer eens over je heen laat komen, in al zijn weelderige, uiteenlopende schoonheid en gekte, dan is de beloning er ook naar.

The Thin Man

Als je niet van die stem houdt moet je er met een grote boog omheen – karakteristieken: een enorm bereik van bariton tot falset, extreem expressief, posh uitspraak van het Engels, het zwalkende vibrato, het ‘scooping’ naar de kopstem en het onophoudelijk portamento, oftewel het glijden naar de volgende noot… Nee, dit is geen terrein voor puristen. Zijn stem is eens vergeleken met de sologitaar van Jimi Hendrix, dus dan weet je het wel. Alles mag, zolang het ten dienste staat van muziek en tekst.

En is pregnante poëzie in de rock evenmin je kopje thee, dan rest maar één advies: wegwezen!

Voor de overblijvers: het is en blijft een output om u tegen te zeggen die zelfs voor novicen de moeite waard is te exploreren. De band Van Der Graaf Generator (VDGG) en zijn voorman Peter Hammill zijn volstrekt uniek in de geschiedenis van de Engelse rock.

Hemelbestormende begrippen

Een belangwekkend aspect van Hammill’s poëtische en compositorische ontwikkeling gedurende de decennia: less is more, zo ontdekte hij op latere leeftijd, zoals zovele kunstenaars voor hem (denk aan Liszt, Mondriaan, Mulisch). Mochten we in het vroege werk nog veel over ‘existence, eternity, destiny, infinity, hope, despair’ en andere hemelbestormende en wereldomspannende begrippen vernemen, in het latere werk ontleent Hammill zijn teksten uit het ‘dagelijks leven’ en knoopt hij er door zijn weergaloze tekstbehandeling universele betekenis aan vast. Hij zegt het één, maar bedoelt óók het ander, wat immers de definitie van poëzie is.

Uit Sharply Unclear van de cd Roaring Forties (1994):
The sharper the image you cut / the more you seem unreal;
so sharp you could cut yourself, / transparently ideal.
We all know that hard-boiled look, / you cooked it up to face down the stares;
I feel like I’m walking on eggshells around you, / as though you’re already no longer quite there.

Ik vind dergelijk woordenspel om van te smullen. Het verveelt mij nooit.

Ook aan zijn compositorische Sturm-und-Drangjaren, waarin hij wilde fragmenten aan elkaar schreef tot vage ‘suites’, kwam van lieverlee een eind. Hij toonzette na begin jaren tachtig bij voorkeur ‘songs’, weliswaar altijd met een Hammilliaanse twist, maar wél songs, volgens het klassieke principe couplet / refrein / couplet / refrein / bridge / refrein / coda.

Peter Hammill wordt in november 67 jaar en volgens Wikipedia ‘geldt hij als een van de intellectuelen van de popmuziek’. Zo’n kwalificatie lees ik met gemengde gevoelens: wie wil intellectueel genoemd worden? Niemand in de wereld van pop en rock, en Hammill zéker niet, denk ik. Luister nou maar gewoon naar zijn cd’s, zijn prachtige muziek en teksten en laat je niet ontmoedigen door aannames en vooroordelen van anderen. Kortom, volg mijn advies nou maar.

Hieronder wat hoogtepunten uit bijna een halve eeuw van, wat Frank Zappa ooit met een vette knipoog over zijn eigen muziek opschreef, ‘no commercial potential’. Er zijn 64 titels inmiddels: ik móet een keuze maken.

Beoordeling door Joost:

●○○○○ = nou, nou
●●○○○ = voldoende, met zo nu en dan de FF-knop
●●●○○ = prachtig
●●●●○ = subliem
●●●●● = mag in geen collectie ontbreken; desert island disc

(Indien cover is bijgevoegd is mijn advies: onverwijld aanschaffen)


Van Der Graaf Generator Fase I

The Aerosol Grey Machine (9/1969) ●●○○○
The Least We Can Do Is Wave to Each Other (2/1970) ●●○○○
H to He, Who Am the Only One (12/1970) ●●●○○
Pawn Hearts (10/1971) ●●●○○

H to He

Van Der Graaf Generator (VDGG) uit het stenen tijdperk van de popmuziek: de elpee was net uitgevonden. Van ‘psychedelic’ tot vroege ‘progressive rock’ en terug… Met alle gebrekkige arrangeerkunst en productieonvolkomenheden van dien. Hammill toen al geheel eigenzinnig, zonder knieval voor welke stroming dan ook. Bewandelt sedertdien een muzikale en uitvoerende (vocale en poëtische) weg met nauwelijks zijpaden en kruisingen.

Met The Least We Can Do Is Wave to Each Other begint ook een lange traditie van groots (muzikaal en tekstueel) opgezette stukken waarmee ‘kant 2’ eindigt. Hammill had er een hekel aan het vinyl op kousenvoeten te verlaten, en koos graag voor ‘the bang instead of the whisper’. Van de haiku tot het Grote Gebaar – het zit er hier al allemaal in.

Pawn

Bijzonder in Pawn Hearts: saxofonist David Jackson doet voor het eerst en niet voor het laatst zijn imitatie van ‘brulboei’ en ‘scheepshoorn’ in A Plague of Lighthouse Keepers. Alle drie de composities (Lemmings, Man-erg, A Plague of Lighthouse-keepers) staan trouwens 45 jaar later nog steeds op het repertoire.


Peter Hammill solo (maar wel met medewerking van de overige VDGG-leden)

Fool’s Mate (7/1971) ●●●○○
Chameleon in the Shadow of the Night (5/1973) ●●●○○
Hoogtepunt: (In The) Black Room/The Tower, maar dat vind je ook op Real Time, 32 jaar later opgenomen.
The Silent Corner and the Empty Stage (2/1974) ●●●●○

Het klinkt, net als ‘The Least We Can Do…’ allemaal een beetje ouderwets en geëxalteerd, maar dit is toch wel buitengewoon fraai en avontuurlijk. In de tijd dat Yes de plaat Tales From Topographic Oceans uitbracht, Genesis The Lamb Lies Down On Broadway en King Crimson Red, geeft Hammill een geheel andere invulling aan het begrip ‘prog rock’. Uniek materiaal.

Silent

The Silent Corner and the Empty Stageis niet voor op de i-Pod, behalve als je met schitterend weer langs Alpentoppen wandelt. De weelderig echoënde klankmuren en vegen van de Mellotron hebben een ruime huiskamer en kwaliteitsluidsprekers nodig. Het ingetogen Wilhelmina is uit deze periode zijn mooiste ballade.
Hoogtepunten: Modern / The Lie (Bernini’s Saint Theresa) / Rubicon / A Louse Is Not a Home

In Camera (7/1974) ●●●●○

In camera

Niet voor tere zieltjes, deze plaat. Maar wat voor een! Luister eens naar het majestueuze duo van 17+ minuten Gog / Magog (in Bromine Chambers), wat we maar voor het gemak ‘organisch componeren op Grandioze Schaal’ zullen noemen. Een klankexperiment dat zich kan meten met het beste van, ik noem maar een zijstraat, de vroege Soft Machine. Hoogtepunten: Faint-Heart and the Sermon / The Comet, the Course, the Tail / Again. Angstaanjagend, compromisloos, en (ook zo fijn) geheel wars van commerciële aspiraties.

Nadir’s Big Chance (2/1975) ●●●○○

Nadir

Een half jaar later volgt een geweldige ommezwaai in stijl. Hammill baant in zijn uppie de weg naar ‘punk rock’. ‘…perhaps the only album to occupy an unusual place in both the histories of British progressive music and the early punk scene,’ aldus een scherpe geest op het internet. En het is waar! Het titelnummer en Nobody’s Businesszijn veel genoemde inspiratiebronnen voor musici als Johnny Rotten e.d. En als je deze twee strofen uit Nadir’s Big Chanceleest weet je meteen waarom:

I’ve been hanging around, waiting for my chance
to tell you what I think about the music that’s gone down
to which you madly danced – frankly, you know that it stinks.
I’m gonna scream, gonna shout, gonna play my guitar
until your body’s rigid and you see stars.
         
Look at all the jerks in their tinsel glitter suits,
pansying around; look at all the nerks
in their leather platform boots, making with the heavy sound…
I’m gonna stamp on the stardust and scream till I’m ill –
if the guitar don’t get ya, the drums will.

Hammill, wiens alter ego Ricky Nadir het titelnummer beëindigt met ‘Smash the system with the song!’, wees hier één glorieus moment lang een mogelijke muzikale richting aan en was daarna allang en breed op weg naar nieuwe vergezichten.

En inderdaad, hoe rijkelijk worden we beloond. Waar Hammill immers op uitkomt is het paradijselijke Gouden Tijdperk van Van Der Graaf Generator, namelijk…


Van Der Graaf Generator Fase II

Godbluff (10/1975) ●●●●●
Still Life (4/1976) ●●●●●
World Record (10/1976) ●●●●●

Godbluff

Boekwerken zijn er vol geschreven (not!) over De Grote Drie, zoals dit trio platen liefkozend wordt genoemd. Binnen twaalf maanden uitgebracht door een herenigd Van Der Graaf Generator en sindsdien een speciaal plekje in de collectie. Er zit geen zwakke plek in deze drie – of het moet een enkele passage zijn op World Record waar een inspiratielacune verdoezeld wordt door improvisatie. Kniesoor!

Aan een serie onwaarschijnlijk lelijke platenhoezen lijkt eveneens een eind te zijn gekomen. Vanaf dit punt is ook de verpakking esthetisch een stap vooruit.

Still

Wie de overweldigende schoonheid van La Rossa / Still Life e.d. ontgaat heeft een muzikaal hart van steen. When She ComesMeurglys III (The Songwriter’s Guild), allemaal juweeltjes. Pilgrims, het openingsnummer van Still Life, is misschien wel de archetypische VDGG-song. Tekst, uitvoering, melodie, harmonieën, arrangement, detailzorg tijdens opname… zo mooi dat het pijn doet.

Het Van Der Graaf Generator-optreden in Paradiso in 1976 waar men dit repertoire speelde en waarbij schrijver dezes aanwezig mocht zijn, staat met een drilboor in het geheugen geëtst.

World

Maar zoals bij elke grote kunstenaar is consistentie in output een illusie, door het panta rhei van denken en leven. Er schuilt gevaar in elk klein hoekje: na Hoge Pieken kunnen zomaar Diepe Dalen volgen… Niet zelden heeft dit alles iets banaals als een partnerwisseling als oorzaak – hetzij gewenst, hetzij ongewenst (zie bijv. Richard Wagner, om maar eens een branchegenoot te noemen). Zo ook hier.

 

 

Those wild and special places

Verslag van een opnieuw beluisterde muziekcollectie 1969-2015 (2)

Vervolg van mijn diepe duik in de 64 titels tellende discografie van Peter Hammill uit Bath (England). Naar adem happend kom ik boven en hijg uit op een reddingsvlot. Om meteen weer terug te springen. Bommetje!

●○○○○ = nou, nou
●●○○○ = voldoende, met zo nu en dan de FF-knop
●●●○○ = prachtig
●●●●○ = subliem
●●●●● = mag in geen collectie ontbreken; desert island disc


Peter Hammill solo

Over (4/1977) ●●●●○

Over

Een gedesillusioneerde Hammill zet een streep onder Van Der Graaf Generator na heftige ruzies van artistieke en financiële aard, in tegenstelling tot de breuk na de eerste Van Der Graaf Generator-fase.

Maar niet alleen de band is ‘over’. Tot overmaat van ramp zet Hammill’s echtgenote eveneens een streep onder het huwelijk, hetgeen de wankelende en weifelende Hammill terugwerpt op Meurglys III (koosnaampje voor de zwarte Gibson Les Paul) en eenzaam verblijf in de opnamestudio.

Vergelijk de hoesfoto van In Camera eens met die van Over… hier is sprake van een omwenteling: van leeuwenhart tot geslagen hond. Het resultaat van dit staaltje Angst-verwerking en zelfbeklag is bij tijd en wijle ijzingwekkend. Wat te denken van songs getiteld (On Tuesdays She Used To Do) Yoga en Betrayed? Wederom, niet voor de zwakkeren onder ons en zéker niet aan te raden indien men zelf in existentiële of amoureuze crisis verkeert. (Ik wijd verder niet uit.)

Verdere hoogtepunten: Crying Wolf / Lost And Found / This Side Of The Looking Glass, dat het twijfelachtige debuut kent van Hammill als vocalist begeleid door een symfonieorkest. Dat was gelukkig eens maar nooit weer.


Van Der Graaf

The Quiet Zone/The Pleasure Dome (9/1977) ●●●●○

The Quiet Zone/The Pleasure Dome

Niet langer getreurd evenwel. Wat oude bandleden opgetrommeld (niet Hugh Banton – vandaar ook de ingekorte bandnaam, zelfs daarover wordt nog gebakkeleid), de dwarse violist (!) Graham Smith toegevoegd en weldra verschijnt wederom een subliem stuk op muziek gezette poëzie. Veel ingetogener en tegelijkertijd coherenter dan voorheen – een meesterproef in songwriting, misschien wel van de eerste tot de laatste groef de meest toegankelijke en overall bevredigende plaat tot nu toe. Tegelijkertijd een beetje droogjes, met een duidelijke studioakoestiek. Niettemin een grandioze prestatie.

Hoogtepunten: Lizard Play / Cat’s Eye/Yellow Fever (Running) / The Sphinx in the Face. Het aangrijpende Last Frame – met een akkoordenschema om te zoenen en prachtige beeldspraak, over een man die in de donkere kamer zijn onbetrouwbare geliefde van toen zichtbaar ziet worden in de ontwikkelbak – staat ook op Vital; maar daar dan weer in betonschaaruitvoering.

Pretty keen – yes, my hobby keeps me busy
and if I talk to myself, what’s the crime?
In the darkroom I am a dealer in space and time…. […]
There you are, your eyes laced with secret pleasure

Ja mensen, wie ooit is bedrogen of verlaten door een geliefde mag dit nummer tot zich nemen, keer op keer, en weten dat hij/zij niet alleen is. ‘There you are, your eyes laced with secret pleasure‘… je zíet gewoon de foto in de ontwikkelbak oplichten, met dat huichelachtige gezicht. Buitenaardse poëzie.

Vital (7/1978) ●●●●○

Vital

Bij een nieuwe line-up hoort ook een live album, Hammill’s eerste dubbelelpee. Hier in de Londense Marquee is Van Der Graaf aangevuld met de ongrijpbare cellist (sic!) Charles Dickie, die samen met violist Smith een uiterst curieuze aanvulling vormt voor het geweld van de ritmesectie. Wat een oerkracht – A Symphony Orchestra For Punk City. Ik zag de heren ‘live’ in het Rotterdamse Zuiderpark dat jaar en zelfs ik werd omver geblazen, En dat was zónder saxofonist David Jackson! Kun je nagaan hoe het onvoorbereide deel van het publiek reageerde. Met stomheid geslagen, al was het maar omdat men die dag nog niets heftigers had gehoord dan Bob Geldof.

Als je bourgeois gasten over de vloer hebt wier houdbaarheidstijd verstreken is, moet je van Vital met een stalen gezicht de medley Urban/Killer/Urban op ‘Realnivo’ opzetten. Kun je lachen. Tot ziens, mensen, de volgende keer bij jullie hè…!

Voor de toegift trakteert Van Der Graaf ons op een Götterdämmerunguitvoering van Nadir’s Big Chance. Je moet het gehoord hebben om het te kunnen geloven.

Hoogtepunt: het verder alleen op single verschenen Ship of Fools. Dreigende, bezwerende muziek; hallucinerende tekst. De eerste strofe:

The captain’s in a coma, the lieutenant’s on a drunk,
the owner’s in his cabin with his special friend, the monk,
the midget’s on the bridge, dispensing platitudes and junk….
Those wild and special places,
those strange and dangerous places,
those sad, sweet faces,
it’s a Ship of Fools.


Peter Hammill solo

The Future Now (9/1978) ●●●○○
pH7 (9/1979) ●●●○○
A Black Box (8/1980) ●●●○○

Na het uiteenvallen van Van Der Graaf richt Peter Hammill zich meer dan een kwart eeuw op solowerk, ofschoon tweemaal met een vaste band: The K Group en The Noise, vooral voor de tournees en de live albums die dat oplevert. De eerste drie albums uit deze periode tonen weer een zoekende Hammill. Hij levert relatieve allegaartjes af, gevuld met ontroerende ballades, afgewisseld met experimenteel (vorm, kleur, bezetting) werk, veelal zelf tot en met de drums aan toe ingespeeld in de studio.

Black

A Black Box steekt er bovenuit. Het album wordt gekenmerkt door twee uitzonderlijke composities op ‘side 1’: Fogwalking en In Slow Time, minimalistische pronkjuwelen. Het geheel ‘side 2’ in beslag nemende Flightis een complexe (soort) suite die zelfs live stond als een huis. Op de meest recente VDGG-tournee stond zij weer op het repertoire. Zie Merlin Atmos (6/2015).

A passenger hits the cockpit, willing to chance his game:
pulls out his gun and cocks it
in the hope that it all might change.

En veel meer van dit fraais.


Een belangwekkend uitstapje uit die tijd dat ik tussendoor moet melden:
Robert Fripp: Exposure (6/1979) ●●●●○
Feniks-soloalbum van King Crimson-voorman Fripp, die na het verscheiden van King Crimson Fase II in 1974 door een creatief dal ging en door David Bowie en Eno naar Berlijn werd gehaald, o.a. voor de gitaarsolo op Heroes, en weer helemaal het heertje was. Dit album was het resultaat van de wederopstanding. Zijn oude kompaan Peter Hammill zingt, schreeuwt, gromt en galmt als vanouds op Disengage / I’ve Had Enough of You en simpelweg meesterlijk op Chicago.

Exposure

Zoals de eenmalige gezamenlijke tournee van Frank Zappa en Captain Beefheart resulteerde in het gekoesterde Bongo Fury (‘Sam was a basket case!’), zo wacht de gehele Westerse wereld al decennia op een Hammill/Fripp tournee. Dat moet wat worden.


Sitting Targets (6/1981) ●●●●○

Sitting Targets

Tijd om weer eens een ‘echte’ drummer in te huren en laat dat nu Guy Evans zijn die we sinds Van Der Graaf niet meer hadden gehoord. Meteen is de sound ook ‘strakker’, hetgeen de nieuwe ‘new wave’ textuur en compositorische vastheid zeer ten goede komt. Breakthrough /Empress’s Clothes / Ophelia / Stranger Still / Signzijn prachtnummers, maar hoor je niet op de radio.

Enter K (10/1982) ●●●●○
Patience (8/1983) ●●●●○

Enter K

Enter K en Patience zijn complete, evenwichtige en ‘affe’ albums, in de ordegrootte van QZ/PD van vier jaar eerder en ‘volwassener’ vormgegeven: met rocker John Ellis doet (eindelijk) een gitarist zijn intrede die ook een solo kan spelen. Toegegeven, het is allemaal iets gladder in vergelijking met het voorgaande werk, maar tegelijk zoveel wijzer en dieper… Kwaliteit van de teksten is van het niveau ‘Bob Dylan’ en ‘Neil Young’ maar dan zo op en top Engels…; het gelaagde realisme en de actuele bespiegelingen geven de songs een elektriserende lading.

Hoogtepunten op Enter K zijn Paradox Drive / The Unconscious Life / Don’t Tell Me / Happy Hour.

Naar later bleek zag ik in 1984 de start van de tournee in de ‘oude’ Schouwburg te Rotterdam, waar het uitgesponnen out-chorus van Happy Hour zoveel indruk maakte dat het nog steeds doordreunt in de geest. De eerste strofe:

Fuelled by alcohol, / shooting out words like a rocket,
like a prophet out of Babylon /  method acting the absurd….
Shoot me those highballs / till I’m lit up like I’m plugged in a socket;
lock me eyeball to eyeball, / let’s not bother with the words.

Voor de heruitgave op cd bleek er nog een extraatje over uit die tijd: Seven Wonders, ook zo’n briljantje.

Patience

Patience is misschien nog constanter, met een aaneenschakeling van topnummers: Labour of Love / Film Noir / Just Good Friends / Jeunesse Dorée / Traintime / Comfortable.

Het ingetogen slotnummer Patient is van verstikkende schoonheid.

A system in the making, / self-healing for the blind,
sitting in the waiting-room / of the patient mind….

Skin (3/1986) ●●●○○

Skin is op een haar na ‘minder’ en kent wat ophaaltjes in het breiwerk van het album, maar alleen de titelsong Skin en After the Show al zijn de moeite van kennismaking waard.

Where do the actors go after the show?
Where do the actors go?

The Margin (2/1985) ●●●○○
The Margin + (5/2002) ●●●○○

The Margin

The Margin is de obligate live dubbelaar (vinyl), die later als dubbel-cd The Margin+opnieuw werd uitgebracht met extra tracks van een andere opnamekwaliteit. Hier vind je alle ‘hits’ van Enter K en Patience en een snoeiharde live versie van Flight. De direct van het mengpaneel opgenomen droge sound (geen publiek) ontneemt het geheel een beetje die typische rauwe live-sound van de band.

Ik twitterde nog niet zo lang geleden met hashtag #nowplaying over de wonderschone gitaarsolo in het nummer Sitting Targets van John Ellis en ik kreeg prompt een ‘thank you’ van… John Ellis zelf. Dertig jaar na die gitaarsolo.

And Close As This (11/1986) ●●●●●

And now for something completely different! And Close As Thisbiedt Hammill helemaal alleen, met zijn elektrische piano en midi-speler in een collectie fenomenale composities. Ingetogen, aangrijpend, geheel geserreerd, van alle nodeloze ballast ontdaan. Stem en klavier – van 19de-eeuwse allure. Diametraal tegenover de ongepolijste magmakracht van Vital uit 1978. Hoogtepunten: Too Many Of My Yesterdays / Empire Of Delight / Silver / Sleep Now. Formidabel, een meesterwerk van dramatische zeggingskracht.

In a Foreign Town (11/1988) ●●●○○

Weer helemaal solo, in de Future Now/Black Box modus, iets gesoigneerder.

Out of Water (2/1990) ●●●●○

Out of Water

Met bassist Nic Potter en drummer Guy Evans uit The K Band (‘The Margin’) van begin jaren 80 levert Hammill een fraaie collectie ‘popsongs’ (of zoiets) af, veel indrukwekkender dan Foreign TownEvidently Goldfish / No Moon in the Water / Our Oyster / Something about Ysabel’s Dance / A Way Out zijn hoogtepunten. Met solist Stuart Gordon (gitaar, viool, altviool) klikt het erg goed. Zo goed dat hij een min of meer vaste plek verwerft op komende cd’s… waaraan het overlijden van Gordon in 2014 een eind maakt. Hammill was door diens dood ontroostbaar en enige tijd incommunicado: zijn blog bleef maanden leeg.

Out of Water is volgens Hammill zelf een waterscheiding in zijn output: een vlekkeloos opgenomen soloalbum, met de modernste technieken, een lichtjaar verwijderd van solowerken als PH7 en The Future Now, waarop je één man met een gitaar en een piano via een oude Revox taperecorder hoorde.

Uit Our Oyster:
They’re playing World Music / in Tiananmen Square,
they’re playing World Music / in Tiananmen Square,
the whistle of bullets in the air.

Room Temperature (11/1990) ●●●○○

En wat doe je als je al je favo-nummers live wilt brengen in kleine bezetting, als een soort kamerensemble (‘Room Temperature’)? Natuurlijk, Peter, dan neem je een violist en een bassist mee… Een prettige combinatie die gegarandeerd de zalen vol krijgt – de bizarre logica van de eenling. Het resultaat is vooral vocaal een tour de force: hier wordt gefluisterd, gegalmd, gegromd, geschreeuwd, sotto voce en fortississimo … Hammill haalt alles uit de kast hier. Onwaarschijnlijk en soms ondragelijk intens, nota bene goeddeels opgenomen tijdens een tournee door Canada. Daar wonen dus ook fans.

The Fall of the House of Usher (11/1991, ‘deconstructed and rebuilt’ uitgebracht in 11/1999) ●○○○○

Dit is in de 1991 uitgave een geweldige mispeer: Hammill’s vriend C.J. Smith speelde al lang met de gedachte een opera te schrijven op dit onderwerp, maar stierf vrij jong. Ter nagedachtenis maakte Hammill het werk af maar is ‘punching above his weight here’. De 1999 versie ken ik niet, maar dit is geen regelmatige bezoeker van mijn cd-speler.

Fireships (3/1992) ●●●●●

Fireships

Daar is wederom zo’n ‘lonely island disc’ – prachtige, verstilde en zo nu en dan stilstaande muziek; nifty gearrangeerd, met een Peter Hammill die volmaakt bij stem is.

Over I Will Find You (opening) en Gaia(slot) kun je misschien nog een kritische opmerking maken (‘beetje gewoontjes’). De overige nummers Curtains / His Best Girl / Oasis / Incomplete Surrender / Fireships / Given Time / Reprisezijn vintage Hammill, van de aller-, allerbeste soort.

While we turn and turn around
the rocket hits the roof…
we never think that we’ll get burned,
we’re fireproof, we think we’re fireproof.

In zijn woonplaats Bath bouwt Hammill rond deze tijd zijn eigen studio (Terra Incognita), wat hem ongekende vrijheid biedt. Tevens start hij zijn eigen label (Fie!), dat hem zo mogelijk nog onafhankelijker maakt van de commercie.

Ook tijd voor een nieuwe touring band. Waar niet elke fan even gelukkig mee was.

 We must learn not to forget

Verslag van een opnieuw beluisterde muziekcollectie 1969-2015 (3)

Geheel in de geest van Peter Hammill: ik ga gewoon door met schrijven, wat moet je anders.

●○○○○ = nou, nou
●●○○○ = voldoende, met zo nu en dan de FF-knop
●●●○○ = prachtig
●●●●○ = subliem
●●●●● = mag in geen collectie ontbreken; desert island disc


The Noise (3/1993) ●●○○○
Vanaf deze cd is het voorlopig Peter Hammill & The Noise wat de klok slaat, een band met power drummer Mannie ‘Max’ Elias, als slagwerker het tegenovergestelde van subtiele duizendpoot (‘waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?’) Guy Evans. Back to basics ritmesectie. Even wennen, niet alleen voor mij, maar ook voor de rest der die-hards, als ik de kritieken in de pers en op internet mag geloven. Elias drumt vanaf hier (als er wat te drummen valt tenminste) tot 2005. Nic Potter is terug op bas en goede vriend Stuart Gordon speelt weer viool en gitaar.

Luisterend naar dit werk heb je het idee: mmm, dit heb ik al eens eerder gehoord maar waar? Lees: op welke Hammill-cd? Jammer dat de onvermoeibare vernieuwer nu in herhalingen dreigt te vervallen. ‘Eenzaam’ hoogtepunt: Primo on the Parapet, een rauw gebrachte ode aan de schrijver Primo Levi.

So I’ll raise this toast to Primo, climbing up upon the parapet
with one final word of caution: / we must learn not to forget.
There’s pain in remembrance, / but we must learn not to forget.

De schijn-outro van het nummer heeft een hypnotiserende drive, compleet met overstuurde gitaren. Mooi, maar met veel meer zeggingskracht te berde gebracht op…

There Goes The Daylight (11/1993) ●●●○○
Peter Hammill & The Noise ‘live’, zeer strak en rockend. Dat moet in de zaal loeihard geweest zijn. Met memorabele opnames van Planet Coventry / Primo on the Parapet / Cat’s Eye/Yellow Fever. The fuzz-bas van Nic Potter gaat hier, net als op Vital vijftien jaar eerder, via je maag je centraal zenuwstelsel in. Desondanks is het toch een beetje netjes: van een-twee in de maat anders wordt de meester kwaad.

Waarom lukt het niet meer om de live-orkaankracht van Van Der Graaf op Vital te evenaren? Zou me niet verbazen als de vervanging van magnetische opnametapes door digitale technieken hiervan mede de oorzaak is. We krijgen een optreden uit de ‘clean room’, terwijl we het zweet van de mannen op het podium willen ruiken en het brommen van de versterkers willen horen.

Roaring Forties (9/1994) ●●●●○

Roaring Forties

Aha! De muze is terug! God zij geloofd en geprezen. Een bijzonder puik album dit. Met Sharply Unclear leent Hammill vrij onverstoorbaar een typische frase uit ‘I Want You’ van The Beatles, en gebruikt het als opstapje naar een totaal andere uitwerking. Hier en daar duren de ‘soundscapes’ tussen de nummers wat lang (en eerlijk gezegd snap ik hun functie niet). De ‘multi-song’ A Headlong Stretch (20+ minuten) is echter Hammill van de oude stempel. Eigenzinnig en wiebelig, maar wonderschoon. Jackson, alsof ie nooit is weggeweest, doet zijn typische brulboei-act weer met zijn sax.

X My Heart (3/1996) ●●●○○
Goed album met de bekende studiogasten Elias, violist Gordon en Jackson op sax. Aanbod van songs is onevenwichtig. Hoogtepunten:A Better Time / Amnesiac / Earthbound / Material Possession

Everyone You Hold (6/1997) ●●●○○
Impressionisme van de bovenste plank. Een mijmerende Hammill, inmiddels ook in zijn mid-fifties, filosofeert in indrukwekkende regels boven meanderende, langzaam voortkabbelende harmonische verschuivingen. Voor bij de open haard. Hé, wie zien we daar meespelen, na 21 jaar, op twee nummers?! Niemand minder dan organist Hugh Banton. Alles vergeven en vergeten?

This (10/1998) ●●●○○
Je hebt inmiddels het idee dat er langs deze weg nog 50 cd’s uit Bath kunnen rollen: Hammill speelt alle instrumenten, behalve sax, viool, drums, en bezingt zijn verwondering over het moderne leven, het ouder worden, opgroeiende kinderen enz., tegen de achtergrond van een galmend koor dat is opgebouwd uit zijn eigen massaal overgedubde stem.

Het complexe Underrehearsed wordt net zo makkelijk afgewisseld met een larmoyante ballade als Since the Kids. De muziek van Peter Hammill lijkt inmiddels op niets en niemand meer, uitzonderlijk slow-tempo ‘soundscapes’ als bedje voor zwaar symbolische (en melancholische) teksten.

None of the Above (4/2000) ●●●○○
Hammill deed bijzonder lang over de opnames, meer dan een jaar. Het is goed, het is indrukwekkend, het is bewonderenswaardig; toch zit je te wachten op dat ene nummer dat je haren overend doet staan, die ene harmonische verschuiving waar je keer op keer naar terugkeert, die ene vocale uithaal die een oplossing vormt voor minutenlang opgebouwde spanning. In a Bottle komt in de buurt, met een a capella geassembleerd ensemble, bestaande uit Peter Hammill-kloontjes, dat een soort Renaissance-motet te berde brengt.

In Astart doet ie het op een 4/4 beat nog eens dunnetjes over, contrapuntische knap, hoewel het voor m’n gevoel zo nu en dan ontstellend vals is. Er valt gelukkig tekstueel nog veel te genieten.

So we stride along the shoreline / while our footprints in the sand
are washed away and then / say “Can I begin again?”

What, Now? (6/2001) ●●●●○

What, Now?

Wij verwelkomen de inmiddels jaarlijkse Hammill. Maar Here Come the Talkies /Lunatic in Knots / Edge Of the Roadzijn juist breed uitgesponnen en complexe stukken, een relatief zeldzaam fenomeen in deze periode, die opgeteld bijna een half uur in beslag nemen. Studiogast David Jackson luistert The American Girl op met zijn eigen klankidioom middels klagende, bijna huilende sax-interrupties. Hoogtepunten: het indringende Edge Of the Road /Enough

Uit Lunatic in Knots:
While I was sleeping someone stole in my room,
rearranged the pictures 
and threw my bookmarks away.

Clutch (10/2002) ●●●●●

Clutch

Volgens vriend en vijand een meesterlijke terugkeer naar de toppen van inspiratie. Hammill, stem en gitaar. Een viool. Zo nu en dan een saxcommentaar. Terug naar de naakte eenvoud. Verbijsterend goed; waar haalt ie het toch vandaan. Hoogtepunten: We Are Written / Driven / Once You Called Me / The Ice Hotel / Just a Child / Skinny / Bareknuckle Trade

De tekst van Driven heeft zoveel ‘puns’ en dubbelzinnigheden op ‘reizen (per auto)’ – een favoriete metafoor van Hammill – dat het niet samen te vatten is. Kijk maar op http://sofasound.com/phcds/clutchlyrics.htm#3Once You Called Me is een treurzang over de groeiende kloof tussen  vader en zijn dochter(s): A bittersweetnes runs through every memory: a daughter’s father wants to be so strong, then suddenly he’s just an ancient relic.

Skinny heeft een confronterend thema: anorexia nervosa. Voor iedere vader van een dochter een nachtmerriescenario en misschien daarom wel zo naar de keel vliegend: Like a gun to her head, every glossy fashion shot reminds her of all the pretty girls she’s not in body image.

Bareknuckle Trade sluit de cd af met een dramatisch gebaar van ouderwetse allure, ondersteund door Gordon’s soloviool met wah-wahpedaal. Het geheel eindigt in totale neerslachtigheid, wéér. Na het beluisteren van zo’n cd past alleen gewijde stilte…

Incoherence (3/2004) ●●●○○
Hier lijkt wat mij betreft de solocarrière in een cul-de-sac, maar mijn mening kan door voorkennis van hetgeen komen gaat beïnvloed zijn. Een 41+ minuten durende aaneenschakeling van songs, zonder pauze, beetje à la manière de Flight waarin echter de aanhoudend frisse en verrassende muzikale variatie in harmonie en tempo ontbreekt. Alle 14 nummers behandelen tekstueel de (on)macht van uitdrukking in taal. Overigens waren de kritieken zeer lovend. Gone Ahead en Power of Speech zijn weelderig geïnstrumenteerde songs, harmonisch interessant – maar de cd kabbelt contrastloos door.

‘I’ve said my piece, I’ll take my leave now…’ aldus het slotnummer If Language Explodes. Twee etmalen na afronding van de opnames (12/2003), wordt Hammill getroffen door een hartaanval. Hij overleeft het waarschuwingssignaal glansrijk – op de hoes worden de paramedics van de Berkshire Ambulance Staff en de cardiac service members van Battle Hospital in Reading uitvoerig bedankt.

Deze dramatische wending blijkt de volstrekt onverwachte overgang in te luiden naar niets meer of minder dan Van der Graaf Generator Fase III. Wie had dát gedacht…

The Air Is Thin

Verslag van een opnieuw beluisterde muziekcollectie 1969-2015 (4)

We naderen het hier en nu, ‘the present’. En we zijn er nóg niet. De cd-machine in Bath draait op volle toeren. Whatever’s next?

●○○○○ = nou, nou
●●○○○ = voldoende, met zo nu en dan de FF-knop
●●●○○ = prachtig
●●●●○ = subliem
●●●●● = mag in geen collectie ontbreken; desert island disc


Van Der Graaf Generator Fase IIIa

Present (4/2005) ●●●●● (CD1) ●●○○○ (CD2)

Present

Een reünie van het Gouden Kwartet uit het midden van de jaren zeventig. Wie had dit ooit gedacht? Ik niet, in elk geval. Zelfs het Möbius-logo is terug. Een dubbel-cd nogal liefst – met een wisselvallig aanbod. CD 2 is een weerslag van een oude hobby van de heren, namelijk instrumentale studio-improvisatie. Aardig, maar geen blijvertje.

CD 1 is meesterlijk. Er zijn twee van Hammills meest fabelachtige nummers aller tijden op te horen: Every Bloody Emperor / Nutter Alert met In Babelsberg als goede derde. Wat een vormbeheersing, arrangement en, niet vergeten, tekstdichtkunst. Het grootste wonder is dat het schrijven in het VDGG-idioom hem zo makkelijk afgaat, alsof er geen 30 jaar verstreken is en alsof World Record de maand ervoor is verschenen. Every Bloody Emperor blijft voor iedereen die in moderne politiek is geïnteresseerd een buitengewoon actueel en navrant stukje poëzie.

Unto nations nations speak in the language of the gutter;
trading prime-time insults the imperial impulse / extends across the screen.


Peter Hammill solo

Singularity (12/2006) ●●●●○

Singularity

Aangrijpende, (wederom) geheel solo opgenomen ‘processing’ van de bijnadoodervaring na de opnames van Incoherence. Een jammerklacht over dood en verval, met hier en daar, als je goed kijkt, iets wat lijkt op een up-tempo nummer. Veel introspectieve klankmuren. Let ook op de hoes voor een visuele uitwerking van Hammill’s bijnaam The Thin Man. Vergelijk ook de hoes van Enter K.

Hoogtepunten: Event Horizon / Famous Last Words / Naked to the Flame / Meanwhile My Mother / Vainglorious /Friday Afternoon / White Dot


Van Der Graaf Generator Fase IIIb

Real Time (3/2007) ●●●●○

Real Time

Wederom een live dubbel-cd, van het optreden in de Londense Royal Festival Hall op 6 mei 2005. Zodra het stormachtig welkomstapplaus is weggeëbd volgt wéér een ovatie als Jackson zijn staccato dwarsfluitmotief inzet dat iedereen in de zaal herkent uit de eerste groeven van Godbluff. Alsof ze nooit zijn weggeweest: een collectief musici die elkaar van haver tot gort kennen. De onwennigheden en tekstonzekerheden van Hammill daargelaten staat het als een huis.

Alleen songs uit de VDGG-periode(s) op het repertoire, met uitzondering van In the Dark Room. Betekent dus veel ontzagwekkend werk uit het Godbluff/Still Life/World Recordtijdperk, maar ook gedreven uitvoeringen van Nutter Alert en Every Bloody Emperor waar de oprechte verontwaardiging vanaf spat. Lekkere ‘brede’ en directe live-opnames.


Van Der Graaf Generator Fase IVa

Trisector (3/2008) ●●●●○

Trisector

Voor het eerst sinds 1971 verschijnt een VDGG-album zónder het Möbius-logo. Dat moet wat te betekenen hebben… Na de concertserie in 2005 exit saxofonist David Jackson. Voortaan is VDGG een trio. Maar ook voor het eerst een componerend trio: het enige nummer waarvan alleen Hammill de credits krijgt is Lifetime. De rest wordt geschaard onder ‘groepswerk’… alleen de noten, de teksten dragen het stempel Hammill.

Over the Hill van 12+ minuten steekt er met kop en schouders boven uit. Tekstueel een tour-de-force. Muzikaal compact en strak gecomponeerd, geduldig opbouwend tot aan de verrassende modulatie naar Gis-groot in plaats van het voorgaande gis-klein op ‘…then we’ll see each other over the hill’. In de top-10 van Hammill-composities.

Opmerkelijk genoeg is het samenspel niet zo naadloos als moderne opnametechnieken toestaan – luister maar met de koptelefoon – maar dat past dan weer precies bij die anachronistische stijl.

Andere hoogtepunten: Interference Patterns / Lifetime / Drop Dead / Only in a Whisper / All That Before


Peter Hammill solo

Thin Air (6/2009) ●●●●●

Thin Air

Helemaal de oude, letterlijk, en alles zelf gezongen en gespeeld, op een viool- en saxofoonmomentje na. Dit is compositorisch onthaasten van een hogere orde. “…may be less experimental than Singularity, but bleaker – and a more cohesive, consistent artistic proposition [containing] those massed and intertwined back vocals that have become [Hammills] signature.” Kan het niet beter omschrijven dan Allmusic. Het is om te janken zo mooi. Wat een onuitputtelijke voorraad melodieën herbergt deze man toch, als een soort moderne Schubert, maar dan met de bedaardheid en introspectie van een 60-jarige.

In een commentaar in Mojo zegt Hammill over het gereedmaken van de tapes voor Thin Air: “A theme which seems to be emerging is disappearance.” En: “Oh, by the way, I think this one is A Hit.” Onze flegmatieke sarcast.

In The Mercy gaat telkens een fis-klein couplet over in een refrein in G-groot, een van de meer spitsvondige harmonische vondsten van Hammill van de laatste jaren. Tekst en muziek gaan volstrekt hand in hand. Er is geen onbalans te bekennen.

De laatste song, The Top of the World Club, en daarmee de cd, eindigt in desolate bedrukking, een steeds vaker terugkerende vingerafdruk in de output van Hammill.

Onvergetelijke regels daaruit:
The air is thin, the air is thin, / the top of the world club’s what we’re in

Andere hoogtepunten: Your Face on the Street / Ghosts Of Planes (met muzikale knipoog naar Angelo ‘Twin Peaks’ Badalamenti) / Undone.


Van der Graaf Generator Fase IVb

A Grounding in Numbers (3/2011) ●●●●○

A Grounding In Numbers

Vijfendertig jaar na het concert in Paradiso tref ik het trio op 30 maart 2011 in Tivoli aan de Utrechtse Oudegracht voor de promotietournee van A Grounding in Numbers. Het eerste optreden als trio in Nederland, op 14 april 2007 in Paradiso, had ik gemist – waarom? – maar de coolness en het zelfvertrouwen waarmee deze zestigers zich op het podium bewegen kun je alleen opbrengen wanneer je duizend optredens achter de rug hebt. De totale beheersing van het instrument (Evans, Banton) of de acceptatie van je zeer beperkte gaven als pianist/gitarist (Hammill) staan dat toe. Het concert is van grenzeloze klasse, zo beamen de vele leeftijdgenoten in de zaal. Ook veel twintigers en dertigers aanwezig: tot mijn verbazing zijn VDGG-concerten bepaald geen reünies van krasse knarren. Hammill en consorten weten écht een nieuwe publieksgeneratie aan te boren. Ik rock zo hard dat ik met mijn achterhoofd twee bierflesjes van een plank afstoot. Beng!

Op A Grounding in Numbers geen ingewikkelde soundscapes en ondoordringbare lagen overdubs. Eenvoudiger arrangementen voor steeds betekenisvollere muziek. Zeggen ze niet over Harry Mulisch dat hij in het begin van zijn carrière ingewikkeld deed over simpele onderwerpen en later simpel schreef over ingewikkelde zaken? Ik zie een parallel.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze cd met de hakken over de sloot een ●●●●○ haalt, omdat het hier en daar érg simpel is, op het zouteloze af. De ware highlights doen de balans doorslaan. Highly Strung kan qua sfeer zo van Enter K of Patience (begin jaren ’80) komen. Mr. Sands is van het niveau Over the Hill. Een geniaal concept over de gecodeerde omroep in de Londense metro zodra er een calamiteit dreigt: ‘Mr. Sands is in the house…’

Andere hoogtepunten: Your Time Starts Now / Mathematics / Bunsho / Snake Oil / Medusa / All Over the Place

(Tijdens het concert in Tivoli speelt de band All Over the Place, maar dan in meer dan één betekenis: uitvoering is een zooitje.)


Peter Hammill solo

Pno, Gtr, Vox Box (2/2012) ●●○○○ tot ●●●●●

Pno Gtr Vox Box

Zo bont had Hammill het nog niet gemaakt in zijn lange carrière van uitersten. Zeven live cd’s, van Hammill-solo, zichzelf begeleidend op gitaar of piano, afhankelijk van de venue. Meer dan 80 songs, soms duplicaten in verschillende uitvoeringen. Een staalkaart uit een muzikale loopbaan van meer dan veertig jaar.

Wat een gewaarwording om, tussen de concerten met het geluidsgeweld van VDGG door, Hammill steeds meer in kale solosettings mee te maken. Van des keizers paleis tot de monnikscel. Op 7 cd’s krijgen we er een overdaad van, opgenomen in Britse clubs en zaaltjes in Tokio (Hammill doet het heel goed in Japan).

Uitvoeringen variëren van matig tot subliem tot hors catégorie. Er zit op de gloeiend hete momenten fan-tas-tisch materiaal tussen: van Afterwards (van Aerosol Grey Machine uit 1969) tot het schrijnende – ik kan het nummer niet vaak genoeg roemen – The Mercy (van Thin Air uit 2009) licht Hammill zijn eigen lange carrière toe.

Zo nu en dan houd je je hart vast vanwege Hammill’s houterige gitaarspel en asynchrone pianospel (hij is verre van een instrumentaal virtuoos), maar de opnames staan toch wel stijf van de gezonde spanning en emotie. Ook de ervaren Hammill-luisteraar denkt vaak genoeg: haalt-ie het of haalt-ie het niet?

Het handzame witte boxje, met zijn 7 voorbeeldig vormgegeven hoesjes en een gedetailleerd gedocumenteerd boekje, maakt de uitgave tot een ware Fundgrube voor de fanaticus.

Er zijn in totaal 2000 exemplaren op de markt verschenen. Ik vond mijn exemplaar nota bene op Bol.com. Voor de beginner is er ook een single cd: Pno, Gtr, Vox.


Maar het kan nog extremer. Met het materiaal waarmee hij in 2013, samengesteld tijdens een tournee door Japan, terugkeert en dat uiteindelijk op …all that might have been… (12/2014) in 3 cd’s wordt gepresenteerd, is Hammill een volstrekte eenzaat in de hedendaagse muziek geworden. Daarover, en de rest, de volgende keer.

 

A lifetime’s library

Verslag van een opnieuw beluisterde muziekcollectie 1969-2017 (5)

Met een nieuwe soloplaat van Peter Hammill in het verschiet — verschijnt waarschijnlijk 12/2017 — hoeft er gelukkig alleen een tijdelijk slotakkoord achter deze serie te worden geplaatst. Deze man(nen)… gewoonweg onnavolgbaar. Long may they run.

VDGG 2016

●○○○○ = nou, nou
●●○○○ = voldoende, met zo nu en dan de FF-knop
●●●○○ = prachtig
●●●●○ = subliem
●●●●● = mag in geen collectie ontbreken; desert island disc


Peter Hammill solo

Consequences (4/2012) ●●●●○

Consequences_Front_Image

Muzikaal gezien is Consequences het tegenovergestelde van de Radetzky Mars. Een en ander is zo doordesemd van  somberheid dat ik niet weet naar welke muziek je hierna zou moeten luisteren, behalve dan een andere CD van PH.

Consequences is van ingetogen allure. Ongelofelijk dat iemand dit helemaal in zijn eentje zit te schrijven en componeren en vervolgens de studio induikt om het allemaal te zingen en te spelen, eveneens zonder hulp. Dit lijkt geen passie meer, maar bijna een straf. Heeft iemand dat PH wel eens gevraagd: is dit nog wel leuk?

Naarmate het album vordert wordt het fraaier en fraaier. Rode draad is wederom het ongrijpbare en onbegrijpelijke contact tussen individuen en de rol van taal daarin: wat is waar en wat is echt; dat zijn de vragen die PH van alle kanten belicht, zonder op een antwoord uit te komen. Muzikale textuur en beklemmende atmosfeer, maar vooral de ontplooide rust en contemplatie wijzen vooruit naar …all that might have been… van twee en een half jaar later.

Hoezeer je ook je best doet: meezingen met de muziek is inmiddels volstrekt onmogelijk geworden; maar daarvoor lijkt dit alles dan ook niet gemaakt. Close to Me en Scissors vallen op door hun plastische, ondubbelzinnige verhaallijn. Je gelooft het bijna niet maar Bravest Face is zowaar in een majeur toonsoort geschreven.

Hoogtepunten: Constantly Overheard / Close to Me / Perfect Pose / Scissors / Bravest Face / A Run of Luck


Van der Graaf Generator Fase IVc

Alt (6/2012) ●●●○○
Alt lijkt als twee druppels water op CD2 van Present, zie boven. Bandimprovisaties dus en daarom in mijn ogen minder interessant. En dan zit daar tóch ineens zo’n ongepolijste juweel tussen, dat een muzikaal vervolg lijkt op de out chorus van On the Beach van die CD: Repeat after Me. Verbijsterend prachtig en een nummer dat ik vaak genoeg inderdaad onder de repeatknop zet. Verveelt niet.


Peter Hammill solo

…all that might have been… (11/2014) ●●●●●

All That Might Have Been

‘This feels like one of the big achievements of a long career,’ aldus muziekcriticus Richard Williams. ‘Through it all runs Hammill’s unique voice – an instrument of turbulent beauty, richly expressive and filled with existential sorrow,’ zo vult Richard Rees Jones op website The Quietus aan. Critici waren laaiend enthousiast over dit ingewikkelde, veelzijdige product. Een welluidend meesterwerk dat je blijft achtervolgen, zo is mijn ervaring, maar langzaam zijn schoonheid tentoonspreidt: beetje zoals de Japanse toverschelp van vroeger, die zich alleen met eindeloos geduld na onderdompeling in een bakje water dagen later opende en de opgevouwen papieren bloem openbaarde. De muzikale invloeden zijn dan ook her en der sterk Japans getint.

Een man mijmert over de relatie met zijn vrouw, een relatie die in staat van grote turbulentie verkeert. Mogen we het verhaal zó samenvatten? ‘It demands the listener’s attention to make sense of the plot line,’ aldus de recensent op Allmusic en dat is een understatement.

Zo complex als hier heeft PH het niet eerder voor elkaar gekregen. De single CD bevat 21 songs, de versie met 3 CD’s bevat deze eveneens (genoemd ‘Cine’, als ware het een film zonder beeld), naast een CD met 10 ‘Songs’ en een CD ‘Retro’ die bestaat uit 4 verwarrend betitelde delen SixSlowOutKabukiCloudSomeTenorElseAny en 57WishesUntil: de basistracks zónder zang. Alle muziek op zowel ‘Cine’ als ‘Retro’ vloeit zonder pauzes over. De ‘Songs’ zijn de nummers in hun afgewerkte vorm opgeknipt, die elders aan elkaar geplakt zijn tot een nieuwe compositie. Om het nog ingewikkelder te maken: de vinylversie bevat de songs in nog meer opgeknipte vorm. De titel van de CD, met de puntjes en de onderkast letters, is veelzeggend.

Dit kun je slechts schrijven en zó produceren als je soloartiest bent en je geen enkele commerciële aspiratie hebt. Deze vrije vogel is waarlijk los gezongen van de wereld.

De instrumentatie is voorbeeldig: staande bas, Japanse snaarinstrumenten, arpeggio op de gitaar hier, en dan weer daar… keyboards, blazers. En dan die stem, solo dan wel in eindeloos overdubde achtergrondkoortjes; zo nu en dan op z’n Grieks commentaar leverend, dan weer zich beperkend tot een klagerig ‘ooooooo’. Wie verzint dit? Het is puur en authentiek en honderd procent eerlijk.


Van der Graaf Generator Fase IVd

Merlin Atmos (6/2015) ●●●●○

VDGG Merlin Atmos

Niet alleen veel nummers van A Grounding in Numbers (3/2011) maar een complete staalkaart van de VDGG-catalogus, terug tot midden jaren zeventig, op de CD die de tournee van 2013 samenvat. Het concert op 24 juni 2013 in de Melkweg in Amsterdam was intiem: ik stond er met m’n neus bovenop. Peter Hammill erg getekend door ouderdom, viel me op.

De multi-song Flight van de solo-CD A Black Box (8/1980) wordt hier vakkundig te berde gebracht, maar zonder de bijtende felheid die de versie van de K Band kenmerkte, met bassist Nic Potter en inventieve sologitarist John Ellis, zie The Margin (2/1985). Baspedalen geven nu eenmaal een wat netter en ingetogener muzikaal beeld. De brommende onderstroom en klankbodems uit het Hammondorgel zijn echter ook wat waard. Hugh Banton waarborgt de coherentie binnen de complexiteit van de nummers.

Ook de complete A Plague of Lighthouse-keepers vond in deze tournee zijn plek. Over the Hill mist hier nét het lyrische gegalm dat de studioversie zo kenmerkt en het nummer in mijn all time top-10 van VDGG-nummers bracht. Dat geldt trouwens voor het hele ‘optreden’, samengesteld uit, naar alle waarschijnlijkheid, aan elkaar geplakte fragmenten: de zestigers gedragen zich relatief low key op het toneel, zonder de eens zo kenmerkende VDGG-gekte. Who can blame them.

Verder is het genieten geblazen: Meurglys III en Gog live vormen een ware traktatie. De tracklist is superbe; kon niet beter. Daarom toch vier bolletjes.

Do Not Disturb (9/2016) ●●●●○

VDGG-DND_5

Veel speculatie na deze dertiende VDGG-CD. Is het de laatste? Sommige teksten suggereren het. Anderzijds zit er nog zoveel pit in deze band dat je je het niet kunt voorstellen. Een wereld zonder VDGG! Alsof Frank Zappa indertijd gezegd zou kunnen hebben: weet je wat, ik stop met muziek maken, ik ga vissen. Ondenkbaar.

Een geweldige CD, dit. Grote diversiteit aan muzikale en tekstuele stijlen. Het nostalgische, bijna sentimentele Alfa Berlina staat warempel in 4/4. Het inventieve woordenspel is prachtig.

I’ve got a lifetime’s library of unreliable mementoes
and I could show you one or two
if it’s of interest, it’d be an education
for me to talk you through
how I wore my innocence as some kind of novelty
as if I didn’t know
between the devil and the deep blue sea
lay the fire down below.

Op andere plekken zijn de maatwisselingen en het complexe contrapunt nauwelijks te volgen. En helemaal op het eind, volgt dan Go, in een Largo dat het tempo van een begrafenisstoet benadert, met die breekbare solostem tegen een kerkorgel aan, onder meer zingend:

Time to leave, / close the door.
You can’t believe / you wanted more,
more or less, / all for the best
in the end / it’s all behind you.

Dan kun je mij wegdragen, hoor. Misschien wel omdat dit nu eenmaal de gedachten van een zestiger zijn en die woorden in vruchtbare aarde vallen.

Hoogtepunten: Aloft / Alfa Berlina / Room 1210 / Brought to book / Almost the words / Go

bron: https://joostcurious.wordpress.com

auteur: Jan-Joost de Man

Categorieën:Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s